Inhoud
- Column Jan Rein Hettinga: AOV
- Voorbeschouwing IBC 2025
- Het rijdend materieel van de regionale omroepen
- Broadcast Rental: van draadloze techniek tot wereldwijd vertrouwen
- De Virtuele Campus: hoe AV-technologie onderwijsgrenzen doorbreekt
- Onderwatercameraman Hugo van Roosmalen: Het is mijn droombaan
- Lightware in Eye Filmmuseum
- Voorstelronde: nieuw op audiogebied
- Immersive audio volgens Adamson
- Elation KL CYC straalt in Wilminktheater
- Tomorrowland: het huzarenstuk van de mainstage
- 10K Used Gear: wereldwijde vijver van gebruikte apparatuur
- De nieuwe weg van Awakenings Festival
- Column Willem Westermann: 2040: Geen toekomst zonder visie
- Voorstelronde: truss & rigging
- Rentmans ondernemersadvies: warehouse wins
Verschenen in AV & Entertainment September 2025
Tekst: Alex Buurman
Benny Meijer is eigenaar van Visie-Events, een geluidsverhuurbedrijf met een portfolio waar bijvoorbeeld producties als The Best Of Britain en Motel Westcoast in zitten. Ivo Pas werkt bij Het Nationale Theater (HNT), waar hij al jaren onderzoek doet naar de versterking van stemmen van acteurs en andere facetten van theatergeluid, door middel van object-gebaseerde systemen. Maarten Houdijk heeft een aantal grote musicalproducties op zijn naam. Hij ontving daarvoor verschillende belangrijke awards, waarvan de meest recente het geluid voor Onze Jordaan van Diederik Ebbinge is. Bij Onze Jordaan maakt hij gebruik van Adamson’s Fletcher Machine.
Objecten
Wanneer je je bezighoudt met immersive audio, wat je zou kunnen beschrijven als audio waarin je - letterlijk vertaald - kunt worden ‘ondergedompeld’ en die je daarmee een meeslepender ervaring biedt, kom je bijna automatisch op het begrip ‘object-gebaseerd’ terecht. Een acteur die zich over het podium beweegt, is bijvoorbeeld zo’n object en de locatie waarop je hem of haar als toeschouwer gehoormatig ervaart, wordt bepaald door een aantal factoren. Het volume speelt een belangrijke rol, de tijd die het audiosignaal erover doet om individueel je linker- en rechteroor te bereiken, de reflecties in de ruimte waarin het signaal wordt geproduceerd en het frequentiespectrum van het signaal. Niet alleen de versterking van bewegende acteurs profiteert van de behandeling als ‘object’, ook statische muzikanten en hun instrumenten laten zich aanzienlijk beter in een zaalmix onderbrengen door hun positie en de daarbij behorende afstanden ten opzichte van de luisteraar in het mixproces op te nemen.

DSP
Je kunt je voorstellen dat een conventioneel systeem met speakers links en rechts, met eventueel een middencluster, niet in staat is al de informatie die bepalend is voor het lokaliseren van een speler of instrument te genereren, ondanks het feit dat je met een mengtafel controle hebt over het volume, effecten en de plaats in het stereobeeld. Diepte creëren, bijvoorbeeld met delay-tijden, is best ingewikkeld en handmatig erg lastig, zeker als de bron van positie wisselt, en vergt bij automatiseren veel DSP-power. Afgezien daarvan kan de geluidservaring van elk individu in het publiek enorm verschillen. Zit je helemaal links bij een speaker, dan kan het zijn dat je helemaal niets meekrijgt van een instrument dat helemaal rechts in het stereobeeld gepand staat; om maar een extreem voorbeeld te noemen.
Redenen
Veel producenten van versterkingssystemen hebben inmiddels immersive systemen op de markt gezet. Daar kunnen verschillende beweegredenen voor bestaan. Een daarvan is dat de bedenkers gereedschap willen aanreiken voor creatieve manieren van surround mixen, bijvoorbeeld zoals je veel bij films tegenkomt, waarbij geluiden, met name effecten, ook van willekeurige posities aan de zij- en achterkanten van de zaal kunnen komen. Een ander is om publiek een realistischer geluidsbeeld aan te bieden, wat in heel veel gevallen ook de verstaanbaarheid van acteurs ten goede komt. En niet onbelangrijk is dat je een min of meer gelijke geluidservaring voor zo veel mogelijk mensen in het publiek kunt creëren.

Ivo Pas heeft er al jaren experimenteren op zitten: “Voor ons als geluidstechnici was het vroeger heel lastig om voor elkaar te krijgen dat je als publiek naar een acteur luistert en niet naar een acteur via speakers. Tot op zekere hoogte kun je dat wel bereiken door gebruik te maken van het Haas-effect en dat soort technieken, maar je hebt dan ook te maken met de beperkingen van het geluidsniveau en op het moment dat acteurs naar achteren lopen, de diepte van het toneel gebruiken, dan ga je op een gegeven moment door de muur van Haas-effecten heen. De delay-tijden kloppen niet meer en vervolgens komt de acteur alsnog uit de speakers.”
Surround en Ambisonic
Alle geïnterviewden werken met een systeem van speakers in het front, doorgaans vijf, en meerdere, meestal kleinere luidsprekers rondom het publiek. Overigens is met alleen een frontaal systeem met vijf luidsprekers ook al secuurder plaatsing van objecten met de bijbehorende voordelen mogelijk. Maarten Houdijk en Bennie Meijer gebruiken surround-opstellingen met speakers in de zaal in het horizontale vlak. Ivo Pas gebruikt een Ambisonic-opstelling. Dit laatste maakt het mogelijk om geluid niet alleen horizontaal te plaatsen, maar ook boven en mogelijkerwijs ónder de luisteraar. Ook gebruikt hij voor HNT-producties tracking. Dit gebeurt door middel van tags op de acteurs of bewegende objecten en antennes (bakens) op het podium en indien nodig op andere plaatsen in de ruimte. Dit systeem geeft de posities door aan een DSP, in dit geval de Fletcher Machine, die vervolgens het gecompliceerde berekenen van volumes, delay-tijden, EQ’s en ruimte/reflectie-informatie voor zijn rekening neemt. Dit heeft een lange historie bij HNT: ooit begonnen ze met een TiMax-systeem, schreef Ivo Pas zelf scripts in Max MSP, gebruikten ze Ubisense en kwamen ze uiteindelijk terecht bij Pozyx, een oorspronkelijk voor industriële toepassingen ontwikkeld systeem. Ivo Pas: “We hebben wel een vertaalslag, want de Fletcher Machine werkt met OSC en er komt geen OSC uit het Pozyx tracking-systeem. We hebben daarvoor een eigen programmaatje geschreven; vrij simpel, maar wat wel werkt.”

Luisterervaring
Maarten Houdijk werkt zonder tracking: “Mijn hoofddoel is eigenlijk om de luisterervaring voor meer mensen in het publiek hetzelfde te maken. Je zou het ook het vergroten van de sweetspot kunnen noemen. Van minder belang zijn voor mij factoren als meer ruimte creëren en een betere plaatsing. De directe koppeling tussen een visuele en een auditieve bron is voor mij ondergeschikt aan het zo gelijk mogelijk maken van de luisterervaring voor iedereen in het publiek. “Heel praktisch gezien hebben we via de scène-automatisering alle plaatsingsautomatisering voor het orkest gedaan en alle plaatsingen van spelers via OSC, om het uit elkaar te kunnen houden. Want je hebt niet, zoals je bijvoorbeeld in mengtafels wel hebt, bepaalde Recall Scopes die je per scènes kunt invullen. Dus alle orkest-parameters zitten in de Fletcher Machine en alle cast-parameters worden vanuit Q-Lab naar de Fletcher gestuurd over een OSC-lijntje.”

Insteek
Het werken met audio-objecten levert ook voordelen op met betrekking tot de uiteindelijke mix. Het mixproces wordt anders en is in zekere zin een nieuwe ervaring. Bennie Meijer: “Ik was wel een beetje uitgeluisterd als het gaat op ‘nieuwe’ systemen - dat meen ik serieus. Tja, dan komt er weer een nieuwe line array uit, prachtig allemaal, maar écht revolutionaire dingen heb ik de laatste tijd niet meer meegemaakt. Maar nu ben ik voor het eerst écht enthousiast. Door de mogelijkheid om dingen te plaatsen, gebruik je minder toonregeling, minder compressie, minder van álles, dus in dat opzicht wordt het gemakkelijker.”
“We hadden een voorstelling met twaalf acteurs”, vertelt Ivo Pas. “Die stonden in een halve cirkel en zongen een lied. Dat krijg je met een conventioneel systeem nooit zo mooi. Het klonkt zó groots, zó breed. We konden toen dat verschil laten horen aan het artistieke team. Zij weten waartoe we in staat zijn en willen niets anders meer.”
Maarten Houdijk: “Wat ik meemaak is dat er bijvoorbeeld een ensemble is van, laten we zeggen, zestien zangers. Die hebben allemaal een omni-directioneel microfoontje op hun voorhoofd en gaan met z'n allen zingen. Normaliter heb ik best wel wat processing nodig om dat op z'n plek in het geluidsbeeld te krijgen en op het moment dat ik dat via een Fletcher-algoritme verspreid, heb ik daar veel minder, vooral multiband-compressie voor nodig.”
Opstellingen
“Wat ik in de zaal Explorer van Explore The North gebruik”, verklaart Bennie Meijer, “zijn vijf Adamson S7p-kasten met twee S119-subs. Het surround-systeem is samengesteld uit IS7c’s, kleine coaxiale kastjes van Adamson, waarvan ik er elf heb. Bij de voorstelling Memory Of Trees van het Ragazze kwartet op Oerol in de buitenlucht, heb ik vier extra front speakers gebruikt. Daar had ik dus negen speakers voor het front, twee subs en elf surround-speakers. Zo kon ik de galm uit het Adamson-systeem te gebruiken, waardoor het strijkkwartet heel ruimtelijk klonk, terwijl ze in een kurkdroog bos stonden.”
“In principe hebben we nu twee sets waarmee we gelijktijdig twee voorstellingen kunnen voorzien”, meldt Ivo Pas. “Dus we hebben twee Fletcher Machines en twee keer 24 speakers. Daarmee hebben we een frontaal systeem waarmee we tegelijkertijd ook een surround kunnen draaien.”
“Ik wilde voor Onze Jordaan, op tour door de Nederlandse theaters, eigenlijk een frontaal systeem meenemen én een surround-systeem”, haalt Maarten Houdijk aan. “Maar de budgetten lieten niet toe om een volledig frontaal systeem mee te nemen en dat zit hem er vooral in dat het best kostbaar wordt om zo’n frontaal systeem goed dekkend te krijgen in de volledige zaal. Zeker in grote theaters is dat een uitdaging. Dus ik heb ervoor gekozen om een soort hybride set-up te gebruiken, waarin we gebruikmaakten van het aanwezige geluidssysteem van het theater, wat in negen van de tien gevallen links, rechts plus cluster is. Dat hebben we uitgebreid met twee bronnen tussen links en cluster en cluster en rechts, waardoor we een soort van frontaal systeem bestaand uit vijf bronnen konden creëren. Valsspelen natuurlijk, omdat de dekking van die verschillende speakers allemaal anders is en ze vaak ook niet op één lijn hangen. Op die manier konden we wel binnen de beperkte tijd en budgetten een veel breder klankbeeld creëren dan met links en rechts. Dat dan aangevuld met een surround-systeem dat we wel altijd bij ons hadden, gaf een mooi ‘tussenresultaat’.”

Voorbereidingen
“Op zich hangt het gewoon op één lijn”, schetst Bennie Meijer, “dus je hoeft niet ingewikkeld alles uit te ruisen en in te regelen. Aan de hand van een laser voer je afstanden in de Fletcher Machine in, dus dat is allemaal vrij simpel. Maar bij zalen met een balkon moet je wel een sluiertrek hebben, omdat je het balkon ook mee moet nemen en dan moet je dus tien speakertjes ophangen: vijf voor de zaal en vijf voor het balkon. We zijn nu aan het uitzoeken in welke theaters we zo’n systeem níét plaatsen kunnen i.v.m. de Simon & Garfunkel-tour met Syb van der Ploeg die we vanaf september ook met dit systeem willen doen.”
“Ik had verwacht dat het heel veel werk zou zijn”, meldt Maarten Houdijk, “omdat je ook in de software tekeningen moet maken en alle afstanden moet meten, maar dat viel eigenlijk reuze mee. De speakerset-up zit netjes in de Fletcher Machine, dus daar hoef je niet veel aan te doen. We hadden dat vrij snel up en running, buiten dat je gewoon manuren nodig hebt om het inderdaad te bouwen.”
Ivo Pas: “In ‘t begin werd daar ook door collega’s nogal sceptisch naar gekeken. Die hadden zoiets van: ‘jullie gaan met een enorm systeem op pad, wat wil zeggen dat het heel lang stil moet zijn in een zaal en jullie een heel lange bouwtijd nodig hebben’. Het tegendeel is waar. Die speakertjes kunnen we heel snel inhangen en het tracking-systeem is fantastisch. De plaatsing en kalibratie daarvan gaan heel snel. En omdat je met een eigen systeem op tour bent en het eigenlijk altijd zo’n beetje op dezelfde plek hangt, hoef je nauwelijks iets in te regelen.”
Geheimpje
Maarten Houdijk was zo overtuigd van de kwaliteiten van de Adamson Fletcher Macine dat hij er voor koos om het systeem zélf aan te schaffen. “Soms vinden wij als vakidioten dat we iets onwijs vernieuwends en innovatiefs in elkaar hebben gezet en vervolgens heeft niemand het door. Maar onbewust kunnen we natuurlijk een voorstelling een hoop extra’s meegeven. Ik heb er in het beginstadium bij de productie van Onze Jordaan voor gekozen om niet te vertellen dat we iets speciaals gebruikten. Maar toen we eenmaal de basis hadden staan, begon het wel op te vallen. Ook mensen die er geen verstand van hadden, merkten dat we, ondanks dat we een klein orkest hadden zitten, wel een heel grote orkestklank konden maken en dat we daar ook heel makkelijk veel diepte in konden aanbrengen. En toen kwamen vrij snel de creatieve ideeën ook vanuit het regieteam los.”
Complimenten
Bij de Fletcher Machine van Adamson ben je niet beperkt tot versterkingssystemen van Adamson zelf; hij is universeel inzetbaar. Theoretisch zou je ook met verhoudingsgewijs kleinere systemen toekunnen. Niet alleen omdat een mix ook bij hogere volumes qua transparantie beter overeind blijft, maar ook doordat de power over veel meer units verdeeld is. In de interviews kwam ook naar voren dat de klank van de Fletcher Machine zich kwalitatief uitdrukkelijk onderscheidt van andere systemen. “Ik denk dat niemand in het publiek - of bijna niemand - hoort wat voor een complex systeem erachter zit”, stelt Ivo Pas vast. “Maar dat is juist het allergrootste compliment, want mensen luisteren niet meer naar speakers. Je hoort ook geen speakers meer, je luistert direct naar een acteur. Dat betekent ook dat je nauwelijks complimenten krijgt over het geluid.”
Demo bij Audio Acoustics!
Audio Acoustics is de Nederlandse leverancier van Adamson en biedt geïnteresseerden de mogelijkheid om een demo aan te vragen in de eigen studio in het bedrijfspand in Alphen aan den Rijn. Wie dat wil kan daarvoor contact opnemen via info@audioacoustics.nl.

















