De uitrusting van cameraman Julian Bakkum: Alles rauw en echt

Lees het artikel in PDF

In onze serie ‘De uitrusting van’ vertelt een professional over het vak en het materiaal waarmee hij of zij graag werkt. De beurt is aan cameraman Julian Bakkum, die onder andere veel programma’s maakt met Ewout Genemans: “Ik wil wel het verhaal halen, maar niet dat de camera invloed heeft.”

Tekst: Hugo Rikken

Als kind wist Julian Bakkum (1989) al snel dat hij bij de televisie wilde werken. In groep 7 ging hij met school naar de studio van De Meneer Kaktus Show op het Mediapark. "Daar liep je door een gang. Links had je NOS Studio Sport zitten en iets verderop een een desk van het NOS Journaal. En dan verder door naar de Meneer Kaktus studio. Ik keek mijn ogen uit. Die hele Meneer Kaktus show vond ik niet zo interessant, ik zat alleen maar naar die camera’s te kijken. Al die dollies en de crew en hoe zij aan het werk waren. Dat wilde ik ook. Op een gegeven moment werd er een nummer gezongen en zat iedereen met zijn gezicht richting het podium te kijken. Er was een crane die over het publiek heen ging en op de beelden kun je zien dat ik als enige omgedraaid zat om naar die crane te kijken in plaats van naar het optreden.”

Studio Bouwens
"Mijn ouders hadden een compact VHS videocamera, waarmee ik op vakantie zelf aan het filmen was. Ik sprak in waar we waren terwijl ik aan het filmen was, dus ik deed eigenlijk ook de voice over. Thuis was ik ook altijd met die camera bezig. Dan sloot ik 'm aan op een tv en ging ik allerlei shots maken”, vertelt Bakkum. Toen hij zestien jaar was, kwam Bakkum op aanraden van de kapper, die bevriend was met Nico Bouwens, terecht bij Studio Bouwens in Doorn. Daar mocht hij meelopen bij de corporate video’s die het bedrijf maakte voor o.a. Rijkswaterstaat.  "Ik mocht met een klein DV-cameraatje shots maken en die werden dan ook gebruikt in de video's. Ik mocht er ook leren monteren op Adobe Premiere Pro en zo leerde ik ook welke shots die ik had gemaakt wel of niet werkten.”

Stage
In dezelfde periode volgde Bakkum de opleiding Sound & Vision aan ROC Midden Nederland. Na zijn opleiding ging hij als productieassistent stage lopen bij Omroep Max en daarna volgde een stage bij RTL Productions als productieassistent en camjo bij Heel Holland Helpt. "Mensen kregen daarin €1000 om iets goeds mee te doen en ik volgde een aantal deelnemers met een camera. De items werden gemonteerd en werden later gebruikt als instart tijdens het studioprogramma. Dat was destijds een Sony PD170 of een PD150 met DV tapes erin en twee zenders erbij. Omdat die camera's erg veel gebruikt waren, kreeg je bij het inladen van het materiaal soms dropouts. Dat was een probleem met die camera's, voordat er geheugenkaarten waren.”

Reality
Bakkum heeft als freelancer ook als cameraman gewerkt voor Frequin Producties (van de zoon en dochter van Willibrord Frequin), waar hij veel fashion en corporate draaide. Via een productieleider die ook voor Frequin Producties werkte kwam hij als freelance cameraman terecht bij Eyeworks. “Daar maakte ik kennis met reality TV. Ze maakten voor RTL 5 programma's zoals Samantha & Michael, Jokertjes Ja-woord, Sex Academy, Andy & Melisa en andere spin-offs van Oh Oh, Cherso
Daar heb ik echt reality leren draaien.”

Terwijl hij al volop werkte, deed Bakkum gedurende vier jaar ook nog een vervolgstudie Media Informatie en Communicatie aan de Hogeschool van Amsterdam. "Heel veel over het cameravak heb ik in de praktijk geleerd, door te kijken hoe collega's het deden. Welke instelling, welke lichtbalans, welke lens? Maar ook bijvoorbeeld wat een ND filter doet. Dat je dan meer met je diafragma open kan draaien.”

Beruchte gevangenissen
Vervolgens ging hij veel draaien voor diverse facilitaire bedrijven, o.a. voor programma’s als Wie is de Sjaak? en Ex On The Beach. Via Jan Mathijs, eindredacteur van Ex on the Beach, kwam hij vervolgens in contact met Ewout Genemans. Genemans ging een nieuwe serie maken: Beruchte Gevangenissen. Omdat de eigenlijke cameraman niet kon, werd Bakkum gevraagd. "Ik draaide op een FS7 met een Cinezoom  17-120. Die lens is loeizwaar, maar hij kan eigenlijk alles. Ik was al vanaf het eerste moment fan van deze combinatie, ondanks dat deze zo zwaar en groot is. Zonder lenzen wisselen kon ik alles vangen in de reality.”

Compact denken
Een aantal jaar later ging Bakkum met Genemans de serie Bureau Burgwallen draaien, met de politie in Amsterdam. “In die serie volgen we de noodhulp, dus reden we onder andere de 112-meldingen. We zaten bij de politie op de achterbank en daarbij bleek zo'n grote toeter van een lens niet handig. Ik moest dus gaan inperken. Er was ook geen ruimte meer voor een geluidscollega, dus ik draaide dat alleen met zenders en een richtmicrofoon op de camera. Ik moest steeds compacter gaan denken en ben toen met een Sony FS7 gaan draaien en een Canon24-70 met een Metabones speedbooster, waardoor het van F2.8 naar F1.4 ging en ik in het donker toch het licht wat kon opkrikken. Ook had ik drie zenders nodig; één voor Ewout en twee voor de agenten. Op zich kan dat op een FS7, maar dan moet je wel een XLR-module op de hotshoe zetten, waardoor je vier XLR-ingangen had. Dat werkt wel, maar het was wel een gerammel op die camera, met alle snoeren en ontvangers. Er brak regelmatig wat af als ik gehaast achter in een auto moest instappen bij een spoedmelding waar we meegingen. Ik moest daardoor creatief gaan denken. Ik ben onder andere naar de Herrieboerderij gegaan om te vragen of ze konden meedenken over hoe ik het zo compact mogelijk kon maken, maar ook dat het tegen een stootje kan. Uiteindelijk ben ik met Wisycom zenders en een dual ontvanger gaan draaien. Die zenders en ontvanger zijn echt heel robuust. Daarnaast had ik een Sony ontvanger en zender en een cameramicrofoon. Dat alles heb ik met tiewraps en elastiek goed vastgesnoerd aan de camera. Niet lang geleden vond ik op Amazon een bevestigingsplaatje van SmallRig, dat eigenlijk bedoeld is voor portable SSD-schijven, maar daarmee bleek ik die Wisycom ontvanger heel stevig te kunnen vastmaken.”

Spannend
"Met die setup ben ik toen een hele serie zonder geluidsman gaan draaien. Ik vond dat wel spannend, want er kan veel misgaan”, legt Bakkum uit. “Er kunnen storingen optreden of mijn levels kunnen verkeerd staan. En bij het afluisteren hoor je voortdurend alle kanalen door elkaar. Als er twee gesprekken door elkaar gaan, is het soms even lastig filteren wie nu wat zegt. Vooral als ze op een afstandje staan. Maar ik moet zeggen dat - mede door de AI - de audiotechniek tegenwoordig zoveel kan oplossen in de nabewerking, dat ik meer risico's durf te nemen bij de opnamen. Ook als bijvoorbeeld iemand met een zender praat met iemand die niet gezenderd is. Dat kunnen ze in de nabewerking heel goed oplossen, door de overspraak. Ik vind het wel belangrijk dat ik altijd kan meeluisteren naar een gesprek, zodat ik weet wat ik nodig heb om het verhaal te maken.”

Niet opvallen
"Een andere reden om zonder geluidscollega te werken is dat het minder invasief is”, vertelt Bakkum verder. “We komen nu met z'n tweeën binnen, soms bij personen die best kwetsbaar zijn en dan kan het best intimiderend zijn als er een hengel boven hun hoofd hangt. Daarmee wil ik niets afdoen aan het werk dat een geluidscollega doet, maar het werkt soms wel echt goed om zo klein en compact mogelijk op pad te gaan in kwetsbare situaties. We vallen minder op, waardoor men net iets minder bewust is van een cameraploeg in de ruimte.”

Op zijn FX9 draait Bakkum meestal met de Sony 24-70 mm F2.8, maar daarnaast heeft hij ook een Tamron 35-150 mm voor situaties waarbij hij meer afstand heeft. Onlangs heeft hij een FX2 gekocht. Die deelt de base ISO waarden van de FX9 (800 en 4000) en met de Tamron 35-150 heeft hij een nog compactere setup, voor als de situatie daar om vraagt. Bakkum: “Het is altijd handig om een back-up camera te hebben, mocht er opeens wat gebeuren met de Fx9 in het buitenland. Zo kan je toch altijd doordraaien.”

Licht
De stijlkeuze wordt bepaald door de inhoud van het programma. Om de reality zo min mogelijk te verstoren, gebruikt Bakkum vrijwel nooit extra licht. Behalve heel af en toe een klein cameralampje of een strategisch in een auto geplaatste LED-strip. "Soms krijg ik de vraag: is er genoeg licht? Is het niet te donker? Met de huidige camera's is het eigenlijk nergens meer te donker. Als je het zelf kan zien, dan kan de camera het ook zien. Een ander verhaal is natuurlijk of je het mooi vindt of niet. Ga je een hele lichtset opbouwen en ga je voor het mooie plaatje, alles stilleggen om eerst iets uit te lichten, of ga je voor de inhoud? En wat is mooi? Iedereen heeft daar weer een andere definitie van. Ik vind het vooral mooi om met bestaand licht te werken. Dit is wat het is, zo zien we het. Overigens vind ik het ook heel erg leuk en leerzaam om naar series en programma’s te kijken waar juist wel veel aandacht aan licht is besteed. Daar kan ik ook van genieten. Het is ook project-afhankelijk. Ik ben er een voorstander van om voor de inhoud te gaan, maar het moet er wel mooi uitzien. Ik probeer binnen de reality wel heel filmisch te draaien. Maar de inhoud gaat voor.” 

"Toen we vroeger met XD Cam draaiden, of met Digibeta, was je redelijk beperkt wat licht betreft, omdat die sensors niet zo groot waren. Het verbaast me nu af en toe hoe mooi de lichtinval van buiten kan zijn als je binnen draait met de huidige camera's. Ik vind het leuk om daar mee te spelen. Vroeger leerde je een keurige driepuntsbelichting te maken. Ik heb thuis allemaal lichtsets liggen, maar ik gebruik ze bijna nooit meer".

Action
"Op mijn camera zit een klein cameralampje voor noodsituaties, want dat licht vind ik eigenlijk lelijk.  Het liefst wil ik met bestaand licht werken, ook buiten en ook 's avonds als het donker is. In een auto kan dat soms lastig zijn. Soms doe ik mijn telefoonlampje aan en leg ik de telefoon ergens onopvallend neer. Dan komt het licht van een net wat andere hoek en dat is vaak net genoeg om het een beetje in te vullen”, vertelt Bakkum. “Ook heb ik wat van die LED-strips van één euro van de Action. Die kun je op maat knippen. Die leg ik aan een powerbank en plak ik ergens op. Maar als je bijvoorbeeld in een politieauto zit, voor een van de ‘Bureau’-series, dan hebben ze vaak wel zo'n scherm en dat geeft al genoeg licht om de gezichten in te vullen. Ik probeer altijd autoscènes in het donker te voorkomen, maar soms ontkom je er natuurlijk niet aan. Vooral niet in een politieauto. Maar als we met een spoedmelding mee gaan, en je hebt dat blauwe licht dat overal weerkaatst, dan heb je silhouetten van iedereen. Dat vind ik ook wel weer iets moois hebben.”

Rauw en echt
De toewijding aan authenticiteit komt ook terug in de cameravoering. Bakkum draait bewust niet te veel extra invulshots, zoals een wijd shot van een gesprek, behalve soms als begin of afsluiter van een scène. “Ik vind dat de montage niet de suggestie mag wekken dat het niet echt is. Als ik tijdens een gesprek voel dat er een cutaway nodig is, geef ik de presentator een seintje zodat die weet dat ik een kijkshot ga draaien. En meestal ga ik voor we een gesprek ga opnemen naar binnen om alvast een zendertje op te doen. Dan wacht Ewout buiten. Als hij dan naar binnen gaat is de ontmoeting geen toneelstukje, maar echt.” De netjes op statief gedraaide quotes die Bakkum bij eerdere programma's draaide, waardoor er in de montage altijd kon worden weggesneden van de reality, gebruikt hij in zijn huidige werk met Ewout Genemans niet. “Überhaupt komt daar bij het draaien nauwelijks nog een statief kijken. Alleen voor B-roll. Voor andere klussen vind ik het wel leuk om een interview mooi uit te lichten en daar de tijd voor te nemen, maar bij de vorm van reality zoals ik die met Ewout maak, is alles rauw en echt.”

Gevangenissen
"Met Ewout draai ik ook veel in Amerika. Daar zijn ze gewend dat er een uitgebreide crew komt aanzetten als er televisie komt. Wij komen met twee of hooguit drie mensen, soms is er een redacteur mee. Ze vragen dan letterlijk: ‘waar zijn de cameraman, de geluidsman en de lichtman?’ Nou, ik doe camera en geluid. En licht gebruiken we niet. Het gevolg is dat ze meestal veel meer op hun gemak zijn, omdat ze voor ons niet bang hoeven te zijn”, geeft Bakkum aan. "Zo hebben we veel in en bij gevangenissen gedraaid, zelfs op Death Row, waar we de unieke kans kregen om een tot dood veroordeelde gedetineerde te spreken. Toen we in Texas buiten de muren van een andere gevangenis aan het draaien waren, stond daar een aantal demonstranten te demonstreren tegen de doodstraf, terwijl op dat moment iemand binnen de dodelijke injectie kreeg. Uiteraard waren we niet bij de executie zelf aanwezig, maar we kregen de mogelijkheid om na afloop wel de dochter van de ter dood veroordeelde te spreken. In zo'n situatie sta ik echt op scherp, want het moet in een keer goed. Je hebt maar weinig tijd, ik wil niemand laten wachten op zo’n moment en je weet dat je in een kwetsbare situatie terecht komt. Ik wil dan de zender ook onzichtbaar wegwerken, want een zender in beeld is ook weer iets wat je uit de reality haalt. Die verstop ik dus onder de trui, of in een sjaal. Als dat leidt tot een beetje kraken of schuiven, dan kan dat meestal wel worden opgelost in de nabewerking. Ik heb tijdens het draaien altijd een oortje in. Ik ga niet riskeren dat een zender niet goed binnenkomt. Sowieso bereid ik een draaidag altijd goed voor. De avond van tevoren zorg ik dat alles goed is ingesteld, kaarten leeg, datum en tijd staan goed, de batterijen zijn vol. Ik ga plug and play op pad.”

Zelfregisserend
In zijn samenwerking met Ewout Genemans is Bakkum zelfregisserend cameraman. Daarbij houdt hij rekening met de ethische impact en de maatschappelijke gevolgen van de programma's die hij maakt. Dat geldt ook voor de ‘Bureau-serie’, waarin de politie tijdens de noodhulp wordt gevolgd. "Als er een slachtoffer is, houd ik uit respect zoveel mogelijk afstand. Anders wordt het onsmakelijk. Ik vind dat je bij zo'n programma best wat terughoudend mag zijn. Op een afstandje volgen. We krijgen in veel situaties te maken met mensen die net iets heel ergs hebben meegemaakt. Wat wel scheelt is dat de agenten zelf een bodycam dragen, een GoPro die ik bij aanvang van de dienst geef. Die beelden kunnen wij ook gebruiken en daardoor hoef ik er ook niet altijd bovenop te staan. Het geeft mij de mogelijkheid om zo discreet mogelijk en soms net buiten de zichtlijn van slachtoffers te blijven. Zodra we ergens aankomen, scan ik de locatie. Ik kijk dan wie waar staat en bepaal mijn positie. Ik wil wel het verhaal halen, maar ik wil niet dat de camera van invloed is op de situatie. Zodra we merken dat een situatie escaleert door de aanwezigheid van de camera, doe ik een stap terug. Gelukkig gebeurt dit zelden tot nooit.”

Nicky Verstappen
Toen in de zaak Nicky Verstappen het onderzoek plaatsvond, dat uiteindelijk heeft geleid tot het aanhouden van de dader, kregen Bakkum en Genemans de kans om daar met camera bij te zijn. "Ze gingen de zaak heropenen en wij mochten het onderzoek gaan volgen. Ze wisten nog niet hoe het zou gaan lopen met het grote DNA-onderzoek en wilden het hele onderzoek graag gedocumenteerd hebben. We wisten nog niet of het uitgezonden zou gaan worden en alles wat we draaiden was onder embargo. We hebben het onderzoek bijna twee jaar lang gevolgd, zonder dat verder iemand het wist. We waren vrijwel elke week wel ergens op het bureau, omdat er weer een klein lichtpuntje was in het onderzoek. Ook zijn we met onder andere de Officier van Justitie mee naar het buitenland geweest, waar de verdachte zich zou bevinden. Het gedraaide materiaal moest altijd in een kluis op het politiebureau blijven. Pas toen de dader was opgepakt mocht het naar buiten worden gebracht en toen is het pas gemonteerd tot de miniserie ‘De Zaak Nicky Verstappen’ (Videoland, 2020). We hebben ook Peter R. de Vries geïnterviewd, die er altijd heel nauw bij betrokken was en we hebben bij zittingen gefilmd. Het was echt een bijzonder project om te doen. Daar ben ik trots op; zoiets zou ik nog wel eens willen doen.”

Risicovol
Op de vraag wat hij nog zou willen doen, geeft Bakkum aan dat oorlogsverslaggeving hem wel trekt. "Ik ben voor een aflevering een keer naar het front in Oekraïne geweest, op het vliegveld in Donetsk. Dat vond ik een van de meest interessante en bijzondere ervaringen die ik ooit heb gehad”, vertelt hij. Filmen in risicovolle gebieden is iets wat Bakkum niet geheel vreemd is. Zo stond hij met Genemans in Argentinië in een krottenwijk, waar de politie niet komt.  "We mochten een drugsdealer volgen tijdens zijn activiteiten. Hij had twee vuurwapens bij zich en had zoveel drugs op dat hij niet meer wist wat hij aan het doen was. Op een gegeven moment liet hij een vuurwapen vallen en dat viel op de grond uit elkaar. Ik sta daar met Ewout in een smal steegje en die vent pakt dat wapen en begint het weer in elkaar te zetten. Ondertussen heeft hij zijn vinger nog op de trekker, hij laadt door en dat wapen gaat direct af. Rakelings langs ons heen, echt tussen ons door. Als hij net iets naar links of naar rechts had gestaan, dan hadden we een kogel in ons been gehad. We doen eigenlijk alles zonder beveiliging, want daarmee provoceer je mensen in zo'n wijk. Dat ze denken: 'hoezo neem je een beveiliger mee? Zo gevaarlijk zijn we niet'. Hetzelfde geldt voor kogelvrije vesten. Er zijn weliswaar vuurwapens in zo’n wijk, maar je geeft er toch een boodschap mee af als je een kogelvrij vest draagt. Ik denk altijd bij mezelf: ze gaan mij toch niet vermoorden.”

Lees verder: Het nieuws van ISE 2026

Facebook

Aanbevolen

Gratis AV & Entertainment ontvangen

Vul hier uw emailadres in en u wordt op de hoogte gehouden van de laatste nieuwtjes op AV gebied én ontvangt tevens de gratis digitale editie van AV & Entertainment