Inhoud
- Broadcast & AV Nieuws
- Column Jan Rein Hettinga: Lekker filmisch
- Hoe AI de Nederlandse mediasector richting 2040 hertekent
- Extreme productie onder extreme omstandigheden
- Cloud playout voor video en audio: wendbaarheid als nieuwe norm
- CVP zet in op lokale aanwezigheid
- Koersen met een DAF TV-motor transporter
- Canon Multi-Camera Orchestration: minder handen, méér content
- Rick van Boxtel en Bart de Graaf: Mooie dingen maken, met plezier
- Niels Verhoek: man achter het geluid van tracks, podcasts en commercials
- Podia & Install Nieuws
- 200 jaar Stadsgehoorzaal Leiden: van kaarsen tot LED
- Balkissoon Theater: van kerk naar theaterzaal
- Fusie VOID Acoustics en M-PRO: Dit heeft alleen maar positieve kanten
- Immersive Audio: extra dimensie om mee te werken
- De Leest investeert in Robe-armaturen: klaar voor de toekomst
- Show & Events Nieuws
- Showcase Amate Audio Xcellence-serie
- K3 Originals in Rotterdam Ahoy: megaklus in 48 uur
- Column Willem Westermann: lekker weer de wei in!
- LEDschermaanhangwagens.nl op Paaspop Den Hout
- ATC breidt uit in Europa met nieuw kantoor in België
- Hoe je freelancers vindt, aantrekt en behoudt
De presentator van het nieuwsprogramma kondigde aan dat er een verslaggever ter plaatse was. Vervolgens kwam de correspondent in beeld en die vertelde trots dat ze was aangekomen in het rampgebied. De achtergrond van deze stand-up was echter zo wazig dat zij ons alles had kunnen wijsmaken. Ze kon net zo goed voor de Eiffeltoren staan of op het Mediapark. Haar camera-operator was kennelijk zo blij met de betaalbare full-frame camera, autofocus en lichtsterke (foto)lens, dat deze in alle enthousiasme een beetje was doorgeschoten.
Als kijker stoor ik me steeds vaker aan wat ik niet zie. Natuurlijk moet het onderwerp scherper zijn dan de achtergrond, maar je wil wel zien wéér een verslaggever is. Dat is juist het hele punt van een verslaggever op locatie. Zeker bij nieuws-, actualiteiten- of sportprogramma's. Inhoud gaat voor de vorm.
Het is in de mode om voor televisie op te nemen met een flinterdunne scherptediepte. De verklaring hiervoor is simpel: Omdat het kan. Camera's zijn lichtgevoeliger geworden, sensoren groter en lenzen lichtsterker. Wat ooit was voorbehouden aan filmsets is nu beschikbaar voor iedereen. Het is zelfs goedkoper in aanschaf dan 'echte' televisiecamera's met broadcastlenzen.
De vraag is niet of het kan, maar of het ook echt iets toevoegt. Een minimale scherptediepte is geen neutrale esthetische keuze. Het is het weggooien van informatie. In fictie kan dat een krachtig middel zijn. Daar bepaalt de regisseur waar je naar kijkt, wat je voelt en wat je niet hoeft te weten. Bij nieuws, sport, concertregistraties en entertainment, wil je eigenlijk niet isoleren, maar juist laten zien wat er gebeurt. De context is geen bijzaak.
Los van het feit dat je meer van de omgeving wil zien is het voor de camera-operator ook nog eens lastig. Foto- en filmlenzen zijn niet gemaakt voor het snelle televisiewerk. Soms is het echt zwoegen om ervoor te zorgen dat er überhaupt nog iets scherp is in het kader. De compositie net even mooier maken door een fractie verder in of uit te zoomen lukt vaak niet.
Wat op een filmset gecontroleerd en herhaalbaar is, wordt in een studio, op het concertpodium, in een rampgebied of langs een sportveld al snel een risico. Bij een televisieproductie is er vaak geen tweede kans of tijd om het nog eens te doen. Dan is onscherpte geen stijl meer, maar een mislukking.
Laten we stoppen met het argument dat iets pas filmisch is als het met een kleinere scherptediepte is opgenomen. Dat is onzin. Grote filmmakers draaien ook niet altijd alles met een open diafragma. In de filmgeschiedenis wordt juist veel gebruik gemaakt van diepte scherpte om ruimte, relaties en mise-en-scène zichtbaar te houden. Cinematografie is geen diafragma-instelling, maar het vermogen om per shot de juiste keuze te maken.
Precies daar wringt het in de huidige televisietrend. Ergens is het idee ontstaan dat een televisiemaker pas geslaagd is als zijn of haar programma's 'filmisch' ogen. Alsof televisie zich schaamt voor zichzelf. Keuzes lijken niet langer inhoudelijk gemotiveerd, maar technologisch gedreven.
Dit betekent helemaal niet dat er iets mis is met cine-lenzen of grotere sensoren. Integendeel. Het zijn prachtige gereedschappen, mits bewust ingezet. Hetzelfde geldt voor de klassieke broadcastlens, die tegenwoordig te makkelijk wordt weggezet als minder mooi, terwijl je daarmee precies kan doen waar televisie voor bedoeld is: flexibel, betrouwbaar en informatief beeld leveren. Overzicht waar nodig, detail waar gewenst.
De kracht van een goede tv-productie is juist directheid, helderheid en toegankelijkheid. Een studiogesprek met meerdere gasten vraagt om speelruimte, niet om millimeterwerk in de focus. Een sportregistratie vereist overzicht en een live-uitzending zekerheid. Wie kiest voor een minimale scherpte-diepte, die kiest niet alleen voor een stijl, maar ook voor complexiteit, foutgevoeligheid en het verlies van controle.
De vraag is dan ook niet welke camera's of lenzen het goed doen op je CV, maar wat er in de praktijk nodig is. Draaien met een piepkleine scherptediepte, moeten we bewaren voor programma's die echt om een filmische benadering vragen. Wat mij betreft blijft er een duidelijk verschil bestaan tussen de échte wereld en de dramatische variant die we voor film of tv creëren.Scherptediepte is geen trucje, maar een keuze. Laten we die keuze weer wat vaker inhoudelijk maken. Dat is ook professionaliteit en zeker geen gebrek aan ambitie.
Tot zover Uw verslaggever in het rampgebied. Terug naar de studio.
Jan Rein Hettinga
Freelance camera operator
www.reinonline.nl















